Op twee benen lopen is moeilijk

De bundel is verkrijgbaar bij Uitgeverij P: contact@uitgeverijp.be
en in de boekhandel.

Kostprijs: 17,50 €
ISBN 978-94-93138-28-5

Het schilderij op de cover is van Jan Vanriet  

Na de val van de engelen heeft de mens het moeilijk om overeind te blijven. De zwarte pagina’s staan er niet voor niks en zelfs de zee is eenzaam.Het meisje met de fles Evian ‘omarmt het zingen van de rails’, het stengelmeisje verdrinkt in een dok in A en het zieke brein van de buurman fotografeert ‘onze touwslipjes en tederheden’. Murphy of het leven zelf ?
‘Het is zondag en het voelt aan als maandag.’ Ken je dat?
Een baby wordt achtergelaten op een verlaten spoor ‘samen met een rood autootje waarvan het vierde wiel ontbreekt, twee flesjes afgekolfde melk en een brief.’ Niet zomaar achtergelaten dus… En hoe brengt ‘de clandestiene passagier’ het ervan
af en ‘de tippelende baarmoeder’ in Het relaas van een foetus?
De gebeurtenissen komen allemaal op je af in willekeurige volgorde. Yerna Van den Driessche neemt de uitdaging aan en gaat geen onderwerp uit de weg.
De menselijke inspanningen om aan het lot te ontsnappen zijn talrijk en boeiend, maar vaak tevergeefs, stelt ze vast.
De ironische ondertoon maakt de ernstige onderwerpen licht verteerbaar.

‘Ja, ik hou van dichters met een hoek af. Ik hou van Yerna Van den Driessche’.
Dit zijn woorden van Roel Richelieu Van Londersele die hij uitsprak tijdens de inleiding van de bundel.

En ook:

Ze registreert met scherpe pen, legt haar vinger op de wonden. Maar in plaats van algemeen te roeren in de grote maatschappelijke problemen en thema’s, focust ze op de individuen die zich als slachtoffer moeilijk staande houden.
Daarin zit haar slimme kracht. Niemand heeft zin in een belerende, moraliserende bundel. Nee: zij detecteert, houdt onder de loupe en laat de lezer vrij in zijn interpretatie en standpunt. Het fijne gevolg is dat haar gedichten, ondanks de zware onderwerpen, niet somber worden. Je kijkt als lezer natuurlijk niet naar een blauw luchtje met bloemetjes, maar ook niet naar een somber tafereel dat je omverslaat.
De geïnformeerde lezer – en dat zijn we hier allemaal – beseft dat hij foto’s krijgt aangereikt van de werkelijkheid, foto’s die vakkundig zijn bijgekleurd met frisse metaforen en originele gezichtshoeken.

ik heb het doorgaans niet begrepen op dichters die met neologismen strooien, neologismen die vier man en een paardenkop de moeite vinden om te analyseren en die door een man en een paardenkop worden begrepen.
Maar wat dacht u van:
graathonger, ontratten, een kermisroos, een stengelmeisje, een tussenmoeder, hongerogen, een reumaglimlach

Yerna Van den Driessche laat een foetus uitgebreid aan het woord. Is dat nog origineel? Ja, want deze doet het met droogkomische, relativerende, volwassen uitspraken, die de lezer verrassen en doen grimlachen of grijnzen.

En dat het voor de foetus moeilijk zal worden om op twee benen te lopen kondigt zich al aan in het vers:

ik word geboren met het kuiltje van een dood-geboren-glimlach

Ik licht tot slot uit deze bundel een zeegedicht dat bewijst dat Yerna VDD sterk staat
in haar eigen stijl zonder franjes en zonder sentimentele natuurevocaties vol clichés.

Windkracht 8

de zee is geen lieflijk kinderkoor

de zee is een groep schoolmeisjes met groeipijn
een trampoline met opwaaiende rokjes en spaghettibenen
een wasmachine zonder wasverzachter met te hoog toerental
nefast voor delicate slipjes

de zee is geen school dolfijnen

de zee is een kudde geiten met opgezwollen vulva’s
een troep paarden met steigerende benen
een kakofonische hel
een copulerende massa

ik wacht op het kind van de storm